Historie van het dorp

De geschiedenis van het dorp wordt krachtig verbeeld door de bekende foto van de bezembindsters: vrouwen met eeltige handen en vastberaden gezichten, die met hun werk hun gezinnen draaiende hielden. Het binden van bezems vormde voor velen een belangrijke bron van inkomsten. De leefomstandigheden waren zwaar; armoede, grote gezinnen en ziekte bepaalden het dagelijks leven. Tegelijkertijd ontstond er een sterke onderlinge verbondenheid tussen de bewoners.
Aan het einde van de negentiende eeuw begon de ontginning van heidevelden en het hoogveen ten westen van het dorp. Veenarbeiders vestigden zich langs de zandwegen en in de wijken ten noorden van de Zevenhuisterweg. Rond 1900 ontstond zo de kern van Nieuw-Roden als ontginningsdorp in het Roonderveld.
Aanvankelijk stond het dorp bekend als Roderveld, vernoemd naar het gebied waarin het ontstond. In 1903 werd de eerste school gebouwd. In 1922 volgde de bouw van een Nederlands hervormd kerkje aan de Terheijlsterweg. Vanaf dat moment groeide het dorp geleidelijk verder. In 1930 werd de naam Roderveld officieel gewijzigd in Nieuw-Roden.
Na de Tweede Wereldoorlog breidde het dorp zich aanzienlijk uit. In de decennia daarna ontwikkelde Nieuw-Roden zich verder tot een volwaardige kern met een mix van bestaande bebouwing en nieuwbouw. Hoewel de bebouwing van het nabijgelegen Roden en Nieuw-Roden naar elkaar is toegegroeid, blijft Nieuw-Roden herkenbaar als een zelfstandig dorp met een eigen karakter.

Wat begon onder moeilijke omstandigheden, groeide uit tot een levendig en betrokken dorp. Nieuw-Roden is daarmee niet alleen een plek met een bijzondere geschiedenis, maar ook een gemeenschap om trots op te zijn: een dorp dat zich blijft ontwikkelen, met oog voor zijn verleden en vertrouwen in de toekomst.